Bepaald verontrustend om een dier te zijn
Auw! Zie, dat was nu eens typisch onze poes. Onze eigenlijk toch wel, lelijke, rosse en op de koop toe domme poes. Onze poes had namelijk een spraakgebrek, zo kan je wel zeggen. Ze deed altijd van auw! auw! De mi, daar is ze nooit toe gekomen. We zagen het als ze buiten speelde met andere poezen in de tuin. De andere poezen – de zwarte van hiernaast en de witgrijsgestreepte van hierover – lachten onze poes voortdurend uit. Ze overdreven altijd in hun miauwen en deden dan express van MIauw! MIauw! om onze poes te plagen. Echt sympathiek kan je dat niet noemen, maar het blijven dieren en onder dieren is er sowieso al niet veel sympathie. nog! »
Een zandgroeve in Lommel, genaamd Velbo. Dat klonk fotografisch poëtisch. Toen volgde er een diepe zucht en dat waren de laatste woorden van mijn nonkel Gustaaf. Een zandgroeve in Lommel, genaamd Velbo???? Nu heb ik het nooit zo gehad voor mijn nonkel Gustaaf. Hij sprak enkel in zinnen waar je altijd het gevoel bij had dat je a) een domme geit was of b) een analfabeet. Nonkel Gustaaf was een dichter. Een kwisser. Een fantast. En soms ook een verdomde klootzak. Van dat verdomde klootzak zijn heb ik nooit echt veel gemerkt, maar zo sprak mijn vader altijd over hem. Als hij er niet bij was, welteverstaan. Niet zo dat mijn vader zei wanneer nonkel Gustaaf op bezoek kwam van ‘hier sè! hier hebben we de verdomde klootzak nog eens’ en hem vervolgens vriendschappelijk op de schouder klopte. Zo dus niet. Je weet wel hoe wel.
Lang geleden, in een land hier ver vandaan, woonde een kleine blogster. En ok, ik weet ook wel dat er lang geleden nog geen internet bestond, maar niemand weet hoe lang geleden ‘lang geleden’ is natuurlijk. Het hoeft dus eigenlijk niet eens zo heel lang geleden te zijn. En bijvoorbeeld, als je dementerende bent, lijkt alles lang geleden, ook vijf minuten geleden kunnen dan lang geleden zijn. Om maar te zeggen: denk nooit zomaar dat iets echt lang geleden is als er staat lang geleden. Maar laten we ons vooral niet verliezen in details.
Toen ik de stekker uit het loshangende stopcontact rukte, veroorzaakte dat een vonk en een knal. Ik sprong drie meter achteruit, zelf ook niet wetende dat ik drie meter achteruit kon springen, maar noodsituaties doen vreemde dingen met een mens. Bang keek ik naar de smeulende massa aan de muur en vroeg me af wat ik moest doen. Iets met water? Beter niet. Gelukkig had ik de tegenwoordigheid van geest om de elektriciteit te gaan afzetten. in de kelder. En dat had ik niet mogen doen. Toen ik terug boven kwam gaf onze living de aanblik van een zwaar uit de hand gelopen kampvuur.
Ik heb zin. Ik heb zin, dacht ik net, om eens op te zoeken in welke landen ze links rijden en in welke rechts. Dit naar aanleiding van een artikel in de krant van vandaag over het eiland Samoa, waar men vanaf 7 september aanstaande links in plaats van rechts moet gaan rijden. Niet omdat ze in Samoa dachten dat dat praktischer zou zijn voor het verkeer of iets, neen, omdat ze dan makkelijker auto’s kunnen invoeren van Australië en Nieuw-Zeeland. Het kan de wereld wellicht weinig schelen of ze in Samoa nu links of rechts rijden, neem ik aan. Het kan mij eigenlijk ook niet veel schelen, maar het heeft toch iets raar, dat links rijden. Het heeft iets onnatuurlijk. Ik stond er net, na lezing, ook even bij stil dat onze treinen links rijden. daar had ik tot dusver nooit eerder bij stil gestaan. Maar treinen, da’s nog wat anders dan auto’s en al, natuurlijk.
Kwart voor negen ’s ochtends, maar de Cara pils steeg al naar het hoofd. Toch was mijn niet eens zo goede vriend niet aan de drank of wat, hij had gewoon niets anders meer in huis om te drinken. Natuurlijk is het niet echt een helder plan om Cara pils te drinken op de ochtend van een sollicitatiegesprek, maar zo ver had hij er niet over nagedacht. Het was niet echt, wat je zou zeggen, mijn slimste niet eens zo goede vriend. Eigenlijk was dit zijn eerste sollicitatiegesprek. Hij had altijd al graag iets willen doen met eten. De keuken, dat was zijn lust en zijn leven.
Ik had net het laatste restje kots uit me lichaam geperst toen er het volgende gebeurde… Ik stond zo nog wat in de wc naar mijn eigen kots te kijken – een smerige gewoonte maar het kan soms fascinerend zijn, vooral als je spaghetti hebt gegeten bijvoorbeeld – hoe ook, zelfs aan fascinatie voor eigen kots komt ooit een einde, dus ik besloot door te trekken, mijn handen te wassen en de wc deur achter me te sluiten. De grens tussen die dingen besluiten en ze ook daadwerkelijk in de praktijk omzetten, lijkt behoorlijk klein maar is in werkelijkheid nog breder dan de Gazastrook.
Een spook waart door Europa. In eerste instantie namen de verzamelde autoriteiten nog aan dat spoken wellicht niet bestonden, maar Angela Merkel had het bevestigd in Bild. Zij had het spook gezien. Bild is een soort van Duitse Dag Allemaal en we weten, als het in een soort van Duitse Dag Allemaal heeft gestaan, is het uiteraard waar. En exclusief. Nu was Bild wel zo dom geweest om op zijn voorpagina te koppen: ‘er waart een spook door Europa, wij hebben getuigen’ met daaronder een knoert van een foto van hun bondskanselier. En dat zorgde voor enige verwarring in het land van die Mannschaft. Was hun bondskanselier nu het spook of de getuige? Ook de bondskanselier zelve kon er niet echt mee lachen. 









