Komt een vrouw bij de dokter
Ronduit vernietigende commentaren gelezen van zij die beroepshalve ronduit vernietigende commentaren moeten schrijven, over dit, toegegeven, niet-literaire meesterwerk. Het kan niet alle dagen Paul Baeten Gronda zijn, tenslotte. Maar, man! Wat vond ik het schoon. En rottig. Triest en aangrijpend en herkenbaar en ook weer niet. Al was het maar omdat ik nog nooit van heel dichtbij met borstkanker geconfronteerd ben. Het zit zo. Komt een vrouw bij de dokter werd geschreven door de Nederlander Kluun (Raymond van de Klundert) wiens vrouw stierf aan borstkanker.
Ondanks het feit dat het hoofdpersonage Stijn heet, kan je je op geen enkel moment van de indruk ontdoen dat het boek niet redelijk autobiografisch werd geschreven en die Kluun bijgevolg een ongeëvenaarde klootzak is. Het gaat over vreemdgaan, veel vreemdgaan. Zo’n sfeertje van mannen-onder-elkaar nog lang voor Loft in de zalen draaide, bijvoorbeeld.
Over hoe ongenadig het lot kan toeslaan, over het wegnemen van een borst, over samen ouders zijn van een kind van drie, over hoe gewone mensen zich verplicht moeten overgeven aan de goodwill van dokters, over Frenk (heel vervelend om niet heel de tijd te denken shit, die e moet een a zijn), over hoop maar vooral wanhoop. En over dood gaan.
Pas bij het lezen van de laatste regel begrijp je de cover.
Het is zeker zo eenvoudig om allemaal dingen te zeggen over het boek die niet goed zijn, het zou minder melig zijn, maar dat ga ik nu eens niet doen omdat dit boek gedaan heeft wat weinig andere boeken tot hiertoe deden: het heeft me geraakt. Met tranen en al.
Er is ook een vervolg, getiteld ‘de weduwnaar’, dat ik vooralsnog niet wil lezen. Soms hoeft het gewoon niet meer te zijn.











Een boek dat je naar de keel grijpt laat vaak een diepe indruk na…
Ik ben er zondag ook in begonnen. Het weet me zeker te boeien en het lees als een trein.