Lofttrompet
Gisteren ging ik naar de cinema. Het moest er eens van komen: Loft zien. Eén van onze twee fantastische babysitters rukten uit dus wij naar de Kinepolis voor de film van acht uur. Dachten wij. Daarbij geen rekening houdend met alle andere mensen die ook naar de film van acht uur gingen. Ook in de Kinepolis. Terwijl de bollen van het Atomium mij alle negen met hun geflits op de zenuwen werkten, zochten wij een parkeerplek. Kwart voor acht: hebbes. We tenen de Kinepolis binnen; Loft natuurlijk zo uitverkocht als de Zeeman wanneer er 70% koring zou zijn, ik zeg maar wat. Tijd verdrijven in het Brupark dus. The village zelfs. Tot de film van kwart over tien.
De film was dik in orde, uiteraard, ik zou het tegendeel zelfs niet durven beweren. Alleen heeft men al zo vaak op de Lofttrompet geblazen de afgelopen weken dat mijn verwachtingen misschien iets tè hoog gespannen waren en ik bijgevolg niet met een keimegabangelijk waaaaaw-gevoel naar buiten ging.
Desalniettemin heb ik het toch een heel klein beetje gehad met bijvoorbeeld Koen de Bouw. Iets te… Bambi. Maar dat kwam misschien ook nog door zijn recent verschijnen in Witse, wie weet.
Blij dus, met Koen de Graeve en Matthias Schoenaerts. Van die laatste heb ik zelfs een beetje ‘ne schrik’ gepakt, dus dan zit het goed voor de film hè.
Nuja, veel valt er vanuit mijn kamp niet meer te vertellen over een film die de meeste mensen al gezien hebben en alle andere mensen zeker nog gaan zien.
In het interview dat Humo had met ‘de vijf van Loft’ las ik dat alle scenes in de Loft zijn opgenomen in de stuido van ‘Walters Verjaardagsshow’. dat zorgde af en toe een beetje voor afleiding bij mezelf, weet ook niet goed hoe. Maar gelukkig was er dat immer aanwezige lijk met bijbehorend bloed dat me ‘laat-maar-komen-Grietje’ nogal gauw deed vergeten.
Whodunit. Schoon woord, weinig gebruikt. Past goed bij Loft. Geen thriller, geen detective ofzo. nee, een whodunit: wie deed het? Ik dacht even terug aan de boeken van Agatha Christie. Spanning tot op de laatste bladzijde en dan die onverwachtse plot: PATS! En dan die ahjah dat we dat niet doorhadden en dan begin je jezelf vragen te stellen. Na de eindgeneriek, na het laatste restje popcorn en na het terugvinden van de auto.
Het zal wellicht niet de bedoeling zijn van de makers van de film maar toch vroegen wij ons gisteren af hoe wij zelf De Perfecte Moord zouden aanpakken. En vooral: op wie…?











Ja, dat heb je nu eenmaal als iemand “Schoenaerts” heet. Matthias heeft nu eenmaal het bloed van zijn vader Julien.
Inderdaad, zoals bij zijn betreurde vader,kom je ook bij Matthias, nu al, volledig in zijn ban.
“Het allerbeste, Mijnheer Schoenaerts” wenste ons Mama Julien, bij een afscheid in Antwerpen. “Is dat niet te veel, Mevrouw” w
was zijn antwoord en hij had je in zijn ban. “dank U” of een “tot ziens” was het niet, maar het was oneindig subtieler en zo verdween hij in de avond van het donkere Antwerpen…….. Heerlijke man!